Fosfaatrechten vleesvee

15-07-2019

In april en juni 2019 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) uitspraken gedaan over de toekenning van fosfaatrechten voor vrouwelijk jongvee van vleesvee. RVO moet als gevolg daarvan een groot aantal fosfaatrechten beschikkingen herzien. Helaas lijkt RVO opnieuw de mist in te gaan.

Wat speelt er?

Menig vleesveehouder is in 2018 bezwaar en/of beroep gegaan tegen de beschikkingen van de fosfaatrechten. RVO had namelijk de fosfaatrechten ingetrokken voor een gedeelte van het jongvee behorend bij de diercategorieën 101 en 102. De uitspraak komt er op neer dat RVO ten onrechte die fosfaatrechten heeft ingetrokken. Bedrijven die niet onder de vrijstellingsregeling vallen, moeten vaak ook fosfaatrechten hebben voor het vrouwelijk jongvee.

Bezwaar gemaakt en nu?

RVO heeft recent naar bezwaar makende vleesveehouders een brief gestuurd dat RVO de komende tijd een herbeoordeling gaat maken om het aantal fosfaatrechten vast te stellen. Verder deelt RVO mee dat ze de lopende bezwaarprocedure stil legt gedurende de herbeoordelingsperiode.

Klopt het?

RVO mag niet eenzijdig handelen door het bezwaar op de stapel te laten liggen. Daar is gewoonlijk overeenstemming met de bezwaarmaker voor nodig. Voor het afhandelen van het bezwaar geldt een wettelijke termijn. Daarbij komt dat als gevolg van de uitspraken van het CBb naar verwachting veel bezwaarschriften gegrond verklaard moeten worden door RVO. Waarom zou de afhandeling van het bezwaarschrift dan aangehouden moeten worden? In veel gevallen is dat niet in het belang van de vleesveehouder.

In veel gevallen stellen wij vleesveehouder voor om RVO erop te wijzen dat de afhandeling van het bezwaar door moet gaan. Wanneer RVO dat achterwege laat, dan is RVO aan de vleesveehouder een financiële compensatie verschuldigd.

Andere vleesveehouders

RVO heeft verder aan gegeven dat de vleesveehouders die geen bezwaar hebben gemaakt maar wel jongvee van de diercategorieën 101 en/of 102 hebben, voorlopig geen nieuwe fosfaatrechtenbeschikking krijgen, ondanks het feit dat ze volgens de genoemde uitspraken fosfaatrechten voor het jongvee nodig hebben. Dat kan tot gevolg hebben dat bij een NVWA controle de vleesveehouder erop gewezen wordt te weinig fosfaatrechten te hebben. Voor deze vleesveehouders valt daarom te overwegen om RVO te verzoeken om herbeoordeling van de beschikking fosfaatrechten. Op dat verzoek moet RVO een besluit nemen.