GVE regeling

27-02-2017

Er  zijn gevallen waarbij de stoppersregeling onvoldoende soelaas biedt, zoals bijvoorbeeld:

  1. Vee aantallen zijn fors lager dan 1 oktober 2016.
  2. Continueren van het landbouwbedrijf tot na 1 januari 2018 is niet haalbaar.
  3. Afvoer van het vee via export of slacht is niet gewenst of niet haalbaar.
  4. Stoppersregeling is overtekend.

De stoppersregeling lijkt er op aan te sturen dat zich een markt voor verplaatsing van GVE ook gaat ontwikkelen.  Immers voor het verwachte aantal stoppers is binnen de Stoppersregeling onvoldoende ruimte.

We zien ondertussen transacties tussen veehouders passeren. Daarbij doelen we niet op de optiecontracten die her en der gemaakt worden voor de fosfaatrechten in 2018 of later. De transacties waar het hier om gaat, betreffen afspraken tussen twee of meer veehouders binnen de GVE regeling. Partijen maken daarbij de afspraak dat de ene veehouder zijn GVE referentie overdraagt aan de andere veehouder. Daarbij wordt tegelijkertijd afgesproken dat het vee van de eerstgenoemde veehouder afgevoerd zal worden. Dat houdt tegelijkertijd in dat deze afspraken  ook bijdragen aan het fosfaatreductieplan.

Voor diverse veehouders is stoppen binnen de GVE regeling interessanter dan deelname aan de Stoppersregeling. Partijen zijn in de gelegenheid om onderling zo nodig maatwerk afspraken te maken. Bovendien heeft een stopper er direct duidelijkheid over dat hij aanstonds geld beurt voor z’n GVE’s; die duidelijkheid biedt de Stoppersregeling niet.

Op basis van de nu bekende informatie is het wel van belang dat stopper binnen deze variant deze maand afspraken maakt met een veehouder die GVE’s wil overnemen. Naar verwachting moet bij de inwerkingtreding van de GVE regeling begin maart de zaken in deze variant afgerond zijn.