Rapport Remkes, de samenvatting

12-10-2022

Na een intensieve periode kwam Remkes met zijn rapport. “Wat wel kan: uit de impasse en een aanzet voor perspectief” noemde hij het. Het zijn de denklijnen welke Remkes uitzette na alle gesprekken die werden gehouden. De regering gaat 14 oktober kijken naar de vervolgstappen. Ondertussen hebben wij het rapport gelezen en samengevat. Het gehele rapport vind je via deze link.

Habitatrichtlijn

Door de Habitatrichtlijn is Nederland genoodzaakt om de natuur in stand te houden. De doelen van het kabinet blijven voor Remkes het vertrekpunt. Hierbij is duidelijk dat de aandacht nu teveel op landbouw en stikstof, in de vorm van de KDW, ligt. Een completere aanpak is wenselijk; er moet gekeken worden naar doelen op gebied van stikstof, klimaat, water, dierenwelzijn, bodem en gezondheid. En daarnaast zal het perspectief verbreed worden naar mobiliteit, industrie en bouw.

Drie sporen

Een van de belangrijkste conclusies is dat een andere aanpak nodig is. Daar zijn mogelijkheden voor. Stikstof is niet een losstaand probleem; het moet onderdeel zijn van de brede transitie van de landbouw en het landelijk gebied. Ook moet vanuit een andere benadering naar deze transitie gekeken worden. Er zijn namelijk het economisch, agrarisch, maatschappelijk, ecologisch en juridisch perspectief om rekening mee te houden. Alleen kijken naar stikstof verblindt de heldere blik op de uitdaging waar we voor staan. In het rapport zijn 25 aanbevelingen opgenomen. Allen met het doel het beeld te verscherpen, versnellen en verbreden. De aanbevelingen hebben een onderlinge samenhang. Ze zijn te clusteren in 3 sporen. Onderstaand is de tijdlijn van aanbevelingen weergegeven.

Schematische weergave van de verschillende trajecten

Wat staat er nou in die verschillende lijnen?

Lijn 1: Nederland van het slot af en ruimte maken

Remkes beveelt aan om op korte termijn de emissies van 500 tot 600 piekbelasters, gelegen nabij Natura2000, te beëindigen. Dit zijn industriële en agrarische bedrijven. Het beëindigen van deze belasters zal zoveel mogelijk op vrijwillige basis gebeuren. Hiervoor zijn een aantal opties:

  • Overschakelen of extensiveren van het bedrijf
  • Stoppen of verplaatsen, binnen de mogelijkheden van de wet maximaal en ruimhartig compenseren. Dit met garantie dat er door te wachten geen beter aanbod komt.
  • Alternatieve bedrijfsvoering, die gegarandeerd leidt tot vermindering van de emissie, moet ten allen tijde ondersteund en gestimuleerd worden.

Deze lijn zorgt ervoor dat de natuur niet langer verslechterd. Ook ontstaat vergunning ruimte. Na een afroming van 40% zal deze ruimte in de stikstofbank beschikbaar komen voor PAS-melders en interimmers. Pas daarna kunnen belangrijke bouwprojecten aan bod komen.

Lijn 2: Een langjarig perspectief

De deadline van 2030 blijft staan, echter met ijkmomenten in 2025 en 2028. Als tijdens deze ijkmomenten blijkt dat er een goede reden is om af te wijken, moet hiervoor ruimte zijn. De overheid moet gaan werken aan een perspectief voor de agrarische sector en een passende transitie van het landelijk gebied.

KDW

Natuur in stand houden en de ontwikkeling hiervan moet centraal staan. De Kritische Depositie Waarde is niet het enige waarnaar gekeken kan worden. Remkes adviseert op termijn de KDW uit de wet te halen en een juridisch kader af te spreken waarbij de doelen van stikstof, klimaat, water, bodem en gezondheid worden afgewogen. Ondernemers moeten de kans hebben binnen de bedrijfsvoering te sturen op een stoffenbalans. Hiermee kan de focus verschuiven van depositie naar emissie.

Stikstofkaartje

Het kaartje waar afgelopen zomer de onrust over ontstond, is wat Remkes betreft veel te gedetailleerd. Landelijk moet de overheid met regionale doelstellingen per gebied komen. De stikstofkaart moet komen te vervallen. De provincies blijven aan de lat staan voor de invulling van de doelstellingen. Hierin mag de landbouw niet het kind van de rekening zijn. De zonering van de gebieden zoals Remkes wel voorstelt is als volgt:

  • Rode gebieden: Hier is onder voorwaarde van extensivering ruimte voor hoogproductieve landbouw
  • Oranje gebieden: Gebieden met kwetsbare natuur waar alleen natuur inclusieve landbouw kan. In veel gevallen vraagt dit om extensiveren en omschakeling
  • Gele gebieden: overgangsgebieden rondom Natura2000. Hier is alleen ruimte voor kleinschalige landbouw zonder schadelijke uitstoot.
  • Groene gebieden: Natura2000 met alleen zeer kleinschalige biologische landbouw, zonder schadelijke uitstoot en actief bijdragen aan natuurbeheer en -herstel.

Binnen dit alles is de eigen voedselvoorziening belangrijk. Niet alle producten kunnen op de eigen markt. Een deel gaat ook naar de Europese en mondiale markt. Kostprijs efficiency blijft een sleutelrol spelen in de Nederlandse landbouw. Daarom is het belangrijk dat de overheid samen met de keten werkt aan een reëel verdienmodel.

Lijn 3: Gebiedsgericht de transitie realiseren

Gebiedsgerichte transitie is de taak van de provincies, het rijk en de sectoren. De overheid moet met heldere integrale kaders voor bodem, water, klimaat, natuur, dier en welzijn komen. Om alle ontwikkelingen te kunnen realiseren adviseert Remkes een Rijksgrondbank voor extensivering en doorontwikkeling van het Stikstoffonds.

Tot slot

De overige aanbevelingen zijn:

  • Versnellen op voer en stalsystemen middels een nationaal innovatieprogramma.
  • De overheid moet een coördinerende taak pakken bij het realiseren van verdienmodellen voor de agrarische sector.
  • De overheid moet een dialoog aangaan. Dit zorgt voor meer eigenaarschap en daardoor meer vertrouwen.
  • De agrarische sector moet met één mond gaan spreken.