SDE+ najaar 2019

31-07-2019

De SDE+ regeling wordt in 2019 voor de tweede keer van 29 oktober tot en met 14 november opengesteld. Het budget voor deze najaar openstelling bedraagt 5 miljard euro. Wel kent de regeling een belangrijke nieuwe voorwaarde: terug levering van opgewekte energie moet gegarandeerd worden door de netbeheerder.  

Openstelling

De SDE+ regeling kent in 2019 3 fases. Fase 1 heeft een maximum fasebedrag van 9 cent per kWh, fase 2 heeft een maximum fasebedrag van 11 cent per kWh en fase 3 heeft een maximum fasebedrag van 13 cent per kWh. Individuele categorieën kunnen een lager fasebedrag hebben. Zo is er voor zonnepanelen met een piekvermogen tussen de 15 kWp en 1 MWp een maximumbedrag van 9,9 cent per opgewekte kWh vastgesteld.

Categorieën

De SDE+ regeling kent diverse categorieën zoals: biomassa, water, zon, geothermie en wind. Elk van deze categorieën is nog weer onderverdeeld in subcategorieën. Zo is bijvoorbeeld wind opgedeeld in: wind op land, wind op primaire waterkering en wind in meer.

Zonnepanelen

Wij zien dat het gros van de aanvragen, ook onder agrariërs, in de categorie zon wordt gedaan. Belangrijkste voorwaarde hiervoor is dat de installatie wordt aangesloten op een grootverbruikersaansluiting. Dat wil zeggen een aansluiting groter dan 3*80 Ampere. Sinds 2018 is een onderscheid tussen energie die in het eigen bedrijf wordt gebruikt en energie die wordt terug geleverd aan het net. Voor energie die in het eigen bedrijf wordt gebruikt is de subsidie lager, immers wordt er ook bespaard op de aankoop van energie.

Opbrengst

Naast de subsidie is er natuurlijk een vergoeding voor verkochte energie. Deze vergoeding is onder anderen afhankelijk van de totale grootte van de installatie, het eigen verbruik en de energieafnemer. Tevens hoeft over de energie die vanuit de zonnepanelen rechtstreeks in het bedrijf wordt gebruikt geen energiebelasting te worden betaald, die voor inkoop wel moet worden betaald. Ook deze vermeden kosten zijn van belang bij de financiële afwegingen.

Netaansluiting

In veel gebieden hebben de netbeheerders moeite om de opgewekte energie te verwerken. Dat betekent dat het op sommige plaatsen niet mogelijk is om terug te leveren aan het net. In dat geval is een SDE+ aanvraag weinig zinvol. Vanaf dit najaar verlangt RVO dan ook bewijs bij uw aanvraag dat netlevering van de opgewekte energie mogelijk is. Start hierom ruim op tijd met de inventarisatie op de subsidie en op de mogelijkheden van teruglevering.

Niet altijd zonnepanelen met de SDE+

Bij de investering in zonnepanelen is het niet alleen de keuze tussen wel of niet. Het is tevens een keuze tussen diverse opties. Sommige agrarische bedrijven kunnen bijvoorbeeld de keuze maken om hun elektra aansluiting niet te verzwaren naar groter dan 3*80 A, zodat ze gebruik kunnen maken van de Energie investeringsaftrek (EIA) op de investering in zonnepanelen. Dit is veelal interessanter bij installaties tot ongeveer 60 kWp. In dit geval mag men voorlopig ook nog de salderingsregeling gebruiken.

Bij bedrijven die een grotere installatie willen of al een grootverbruikersaansluiting hebben, is veelal de SDE+ regeling interessanter. Daarnaast zijn er nog constructies waarbij daken worden verhuurd aan investeerders die dan de exploitant van de zonnepaneleninstallatie worden. Het is dus niet slechts een keuze tussen wel zonnepanelen of geen zonnepanelen, maar ook een keuze op basis van uw eigen situatie.

Saldering bij kleinverbruik

De salderingsregeling is ondanks eerdere berichten verlengt tot 1-1-2023. Vanaf 2023 wordt de salderingsregeling afgebouwd tot eind 2030. U kunt nu dus nog ongeveer 3,5 jaar gebruik maken van de volledige saldering. Bij kleinverbruik van ongeveer 50.000 kWh per jaar is in combinatie met EIA en KIA een installatie, mits de fiscale aftrek benut wordt (winst gemaakt) ongeveer 3,5 jaar. U verdient de installatie dus snel terug.