SDE++ najaar 2020

3-08-2020

Vanaf najaar 2020 wordt de SDE+ regeling opgevolgd door de SDE++ regeling. Waar de SDE+ regeling zich richtte op de productie van duurzame energie, verschuift de focus in de SDE++ regeling zich op CO2-reductie. Door deze verschuiving komen ook andere technieken naast de reeds bestaande technieken in aanmerking voor de SDE++ subsidie. Op dit moment zijn nog niet hele details bekend gemaakt, maar in grote lijnen zijn de voorwaarden bij de subsidie duidelijk.

Openstelling

De SDE++ regeling kent komend najaar 4 fases. De eerste fase start vanaf 24 november en de vierde fase eindigt op 17 december. In totaal is 5 miljard budget beschikbaar. Ten opzichte van de laatste SDE+ dit voorjaar worden de aanvragen in eerste instantie gerangschikt op basis van een subsidiebedrag per vermeden ton CO2.

Categorieën

De SDE+ regeling kent diverse categorieën zoals: biomassa, water, zon, geothermie en wind. Elk van deze categorieën is nog weer onderverdeeld in subcategorieën. Zo is bijvoorbeeld wind opgedeeld in: wind op land, wind op primaire waterkering en wind in meer.

Zonnepanelen

Wij zien dat het gros van de aanvragen, ook onder agrariërs, in de categorie zon wordt gedaan. Belangrijkste voorwaarde hiervoor is dat de installatie wordt aangesloten op een grootverbruikersaansluiting. Dat wil zeggen een aansluiting groter dan 3*80 Ampere. Sinds 2018 is een onderscheid tussen energie die in het eigen bedrijf wordt gebruikt en energie die wordt terug geleverd aan het net. Voor energie die in het eigen bedrijf wordt gebruikt is de subsidie lager, immers wordt er ook bespaard op de aankoop van energie. Ook in de categorie zon zijn er een aantal subcategorieën. Deze zijn onder andere verschillend voor dakgebonden of grondgebonden systemen, groter of kleiner dan 1 MWp en ook is er een categorie voor zon op water. 

Opbrengst

Naast de subsidie is er een vergoeding voor verkochte energie. Deze vergoeding is onder andere afhankelijk van de totale grootte van de installatie, het eigen verbruik en de energieafnemer. Tevens hoeft over de energie die vanuit de zonnepanelen rechtstreeks in het bedrijf wordt gebruikt geen energiebelasting te worden betaald, die voor inkoop wel moet worden betaald. Ook deze vermeden kosten zijn van belang bij de financiële afwegingen.

Netaansluiting

In veel gebieden hebben de netbeheerders moeite om de opgewekte energie te verwerken. Dat betekent dat het op sommige plaatsen niet mogelijk is om terug te leveren aan het net. In dat geval is een SDE++ aanvraag weinig zinvol. Vanaf afgelopen najaar verlangt RVO dan ook bewijs bij uw aanvraag dat netlevering van de opgewekte energie mogelijk is. Start hierom ruim op tijd met de inventarisatie op de subsidie en op de mogelijkheden van teruglevering.

Niet altijd zonnepanelen met de SDE+

Bij de investering in zonnepanelen is het niet alleen de keuze tussen wel of niet. Het is tevens een keuze tussen diverse opties. Sommige agrarische bedrijven kunnen bijvoorbeeld de keuze maken om hun elektra aansluiting niet te verzwaren naar groter dan 3*80 A, zodat ze gebruik kunnen maken van de Energie investeringsaftrek (EIA) op de investering in zonnepanelen. Dit is veelal interessanter bij installaties tot ongeveer 60 kWp. In dit geval mag men voorlopig ook nog de salderingsregeling gebruiken en biedt de voorgestelde afbouwregeling vanaf 1-1-2023 ook nog voldoende perspectief voor een goed verdienmodel.

Bij bedrijven die een grotere installatie willen of al een grootverbruikersaansluiting hebben, is veelal de SDE++ regeling interessanter. Daarnaast zijn er nog constructies waarbij daken worden verhuurd aan investeerders die dan de exploitant van de zonnepaneleninstallatie worden. Het is dus niet slechts een keuze tussen wel zonnepanelen of geen zonnepanelen, maar ook een keuze op basis van uw eigen situatie.