(Stik)stof tot nadenken….

18-05-2020

Op 8 mei 2019 heeft de minister Carola Schouten haar plan gepresenteerd om de stikstofniveaus in het krachtvoer bindend vast te leggen voor de laatste 4 maanden van dit jaar. Doel van de minister is om met eiwitregulatie in krachtvoer administratief aan te tonen dat er minder stikstof door de melkveehouderij wordt geproduceerd. Door dit wettelijk vast te leggen, klopt de input en levert het rekenmodel de politiek gewenste resultaten. Maar werkt dit in de praktijk ook zo? Nee, helaas niet. Groot nadeel van het systeem is dat dit kostenverhogend werkt, het krachtvoer zal per saldo duurder worden wat kostprijsverhogend werkt. Wanneer er toch eiwitaanvulling nodig, zal er relatief veel volume nodig zijn om een rantsoen weer in balans te krijgen met als bijkomen nadeel dat juist het eigen ruwvoer = kringloopgedachte,  niet benut wordt.  Kan het dan echt niet anders?

Laten we voorop stellen dat ook de melkveehouderij een verantwoordelijkheid heeft om de stikstofproductie in de sector terug te dringen. Hier loopt de sector en de bedrijven niet voor weg. Het is voor de toekomst wel van belang dat dit bedrijven stimuleert en niet frustreert. Hoe zou het dan wel kunnen?  Er kan een voorbeeld genomen worden aan de fosfaatreductie van 2017. Melkveebedrijven met een hoog ureum in de melk betalen een geldsom en bedrijven met een (zeer) laag ureum ontvangen een bonus. Systeem kan per saldo kostenneutraal gemaakt worden.

  • Ureum < 20  belonen
  • Ureum  20-25 neutraal
  • Ureum 25-30  betalen
  • Ureum > 30  nog meer betalen.

Het is een feit dat een laag ureum samengaat met een lage stikstof input op bedrijfsniveau. Op deze wijze is er een betrouwbaar en voor de sector herkenbaar getal, waarop daadwerkelijk gestuurd kan worden met vakmanschap. Laat de minister de sector maar stimuleren én uitdagen hoe laag het ureum kan worden in combinatie met een goede melkproductie.