Wet natuurbescherming (stikstof)

16-12-2019

Als gevolg van de vernietiging van de PAS eind mei 2019 is de vergunningverlening voor de Wet Natuurbescherming geheel stil komen te liggen. Met name vanaf september 2019 is de discussie over de ‘stikstofcrisis’ volop gevoerd. Qua vergunningverlening was er begin oktober een korte opleving met nieuwe beleidsregels. Provincies zijn hierbij echter een stap te ver gegaan in relatie tot het beleid dat het kabinet predikte. Sinds 13 december hebben we een nieuwe beleidsstuk dat de vergunningverlening in de agrarische sector vlot moet trekken.

Beleidsregels

Sinds 12 december hebben alle provincies de nieuwe beleidsregels vastgesteld. In alle provincies, behalve Friesland, zijn deze op 13 december in werking getreden. Belangrijkste conclusie is dat de provincies ten opzicht van 2 maanden daarvoor de koppeling met dierrechten eruit hebben gehaald. Echter zal het rijk dit beleid vorm gaan geven, naar verwachting in februari door een koppeling met de meststoffenwet.

Vergunde situatie

Er zijn twee opties voor de huidige vergunde situatie. De eerste is een onherroepelijk vergunning Wet natuurbescherming. Dit kan zowel een PAS-vergunning als een pre-PAS vergunning zijn. De tweede optie is de kleinst vergunde gemeentelijke situatie op of na de referentiedata van Natura2000 gebieden (habitat of vogelrichtlijn). Veelal zal dit, met name in oost en noord Nederland juni 1994 zijn. In sommige gevallen is dit 2000 of 2004.

Intern salderen

Voor wijzigingen ten opzichte van de vergunde situatie kan er intern gesaldeerd worden. In de basis betekent dit dat de depositie niet mag toenemen in de gewenste situatie ten opzichte van de vergunde situatie. Een voorbeeld is het wijzigen van een vergunning voor een stal van circa 70 melkkoeien met een traditioneel rooster naar een stal met circa 120 koeien voorzien van emissiearme roosters.

Hier zit echter wel een belangrijk aandachtspunt. Bij intern salderen mag ‘slechts’ gebruik worden gemaakt van de emissie uit gebouwen die opgericht zijn en onafgebroken in gebruik zijn genomen/geweest of zonder externe toestemming weer in gebruik zijn te nemen. Het gaat dus om gerealiseerde stalcapaciteit.

Er zijn hier enkele uitzonderingen op als er bijvoorbeeld al een significante investering is geweest of de wijziging een meer emissiearm systeem betreft dan nu vergund is. Aanvullend geldt dat moet worden voldaan aan het Besluit emissiearme huisvesting. Als dit niet het geval is, moet de emissie per dierplaats naar deze maximale toegestane emissie worden teruggerekend.

Extern salderen

Met betrekking tot extern salderen gelden globaal dezelfde uitgangspunten. Aanvullend is daarbij van belang dat 30% van de overgenomen emissie wordt afgeroomd en dus 70% benut mag worden. Bedrijven die deelnemen aan het Actieplan Ammoniak Veehouderij (de stoppersregeling) worden uitgezonderd van extern salderen. (deze bedrijven mogen wel intern salderen).

Op dit moment staat in de beleidsregels dat bij de aankoop van ammoniak van bedrijven die op 4 oktober 2019 beschikten over dier- of fosfaatrechten nog geen definitieve toestemming bij de aankopende partij kan worden gegeven. Dit in afwachting van rijksbeleid over de koppeling tussen dierrechten en extern salderen.

Beweiden en bemesten

Enkele dagen na de inwerkingtreding van de beleidsregels heeft de commissie Remkes een advies uitgebracht over beweiden en bemesten. De commissie stelt dat in principe deze activiteiten niet vergunning plichtig zijn aangezien in algemeenheid geldt dat het toepassen van beweiden en bemesten leidt tot een afname van ammoniakuitstoot ten opzichte van de huidige gehanteerde norm. Het kabinet is voornemens deze lijn te gaan volgen.

Aanvullende regels

Voor bedrijven, en dus ook agrarische bedrijven, geldt dat naast de emissie van stallen in sommige gevallen ook de stikstofemissie van vervoersbewegingen meegenomen moet gaan worden in de vergunningverlening. Dit geldt in ieder geval voor bedrijven die binnen 2.000 meter van een Natura2000 gebied liggen. Deze bedrijven moeten interne en externe vervoersbewegingen meenemen in hun stikstofberekeningen. In sommige gevallen kan dit ook gelden voor bedrijven die buiten de 2.000 meter grens liggen.

PAS-meldingen

Landelijk zijn er circa 3.400 PAS-meldingen gedaan voor de projecten. Over deze groep is nu duidelijkheid dat het kabinet wil trachten deze hele groep te legaliseren. Belangrijke motivatie hierbij is dat in veel gevallen het wel/niet doen van een melding geen keuze was, maar een uitkomst van de berekeningen.

Vergunningverlening

Al met al een hele set regels en voorwaarden waarmee vergunningverlening weer op gang komt. Over de achtergrond is veel te zeggen, echter bieden deze regels in voorkomende gevallen al voldoende houvast. Vraag is tevens in hoeverre na besluitvorming en eventuele bezwaar en beroepsprocedures vergunningen stand gaan houden bij de Raad van State. Naar onze verwachting zullen de beleidsregels de komende jaren ook nog op onderdelen gaan wijzigen. Dat kan zowel positief als negatief uitpakken voor initiatiefnemers. Veel is duidelijk, veel ook nog niet, desondanks helpen wij u graag met uw plannen.